nieuwe ideeën

Welkom bij {”} COMMIDEA, bureau voor creatieve ideeontwikkeling, verbeeldingskracht & inspiratie (imagineering), nieuwe media, crossmedia, e-Cultuur & erfgoed. Elke organisatie, elk merk en elke verandering is gebaseerd op een idee: de wens en bijbehorend voorstel om een oplossing voor een ‘vraagstuk’ te vinden. Wanneer u bijvoorbeeld met een campagne uw doelgroep wilt bereiken, ligt daaraan een idee ten grondslag. Ik help u graag uw idee te versterken, verwerkelijken en verspreiden.

Bij {”} COMMIDEA staat de actieve dialoog tussen gebruiker en producent, tussen afnemer en aanbieder, publiek en organisatie centraal. Bij Visie leest u meer hierover.

{”} COMMIDEA biedt maatwerk met o.a. de volgende diensten: begeleiding en creativiteit bij ideeontwikkeling en innovatie, concept development en realisatie, senior (strategisch) advies. Meer over mijn expertise en aanpak leest u bij Diensten.

Uw idee heeft specifieke kenmerken, gebaseerd op de visie en missie van uw organisatie / merk, met daarbij de uitgangspunten voor het project dat u wilt uitvoeren. Deze kenmerken zullen de leidraad vormen van het concept en de realisatie. Daarom is ideeontwikkeling altijd maatwerk.
Voorbeelden van uitgevoerde projecten vindt u onder Portfolio.

Sinds begin 2006 heb ik onder de naam Commedia een weblog bijgehouden over crossmedia, communicatie en creativiteit. Sinds 2007 is in mijn werkzaamheden, naast de expertise op het gebied van (nieuwe) media en uitzonderlijke communicatie, de nadruk steeds meer komen te liggen op de ideeontwikkeling. Vandaar dat ik mijn bureau sinds 1 augustus 2008 de naam Commidea heb gegeven. Onder deze naam zal ik ook mijn weblog voortzetten.

Ik zie uit naar een inspirerende dialoog en een plezierige samenwerking.

Share and Enjoy: These icons link to social bookmarking sites where readers can share and discover new web pages.
  • bodytext
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Mixx
  • Google
  • Furl
  • NuJIJ
  • Reddit
  • StumbleUpon
  • Technorati
  • TwitThis
Sphere: Related Content

Cradle to Cradle nieuws

Begin dit jaar had ik contact met Gijs Meyer Swantee, maker van o.a. twee afleveringen van vpro’s Tegenlicht over Cradle to Cradle (C2C), “Afval is voedsel”. Gijs was toen bezig een stichting op te richten t.b.v. C2C. Ik ben overtuigd van deze duurzame aanpak en wil me er heel graag voor inzetten als idee-ontwikkelaar en (S.I.T.) facilitator.

Inmiddels is het zo ver: Gijs Meyer Swantee en Rob van Hattum, de makers van ‘Afval is Voedsel’ hebben een stichting opgericht die Cradle to Cradle activiteiten in Nederland gaat monitoren: C2C planet. C2C planet gaat samenwerken met cradletocradle.nl, de site waarop u alle ins en outs over Cradle to Cradle in Nederland kunt lezen.
De stichting heeft tot doel het monitoren van de Cradle to Cradle activiteiten in Nederland.

bron: Programmabureau Leren voor Duurzame Ontwikkeling
p/a SenterNovem
Catharijnesingel 59
Postbus 8242, 3503 RE
3511 GG Utrecht

Share and Enjoy: These icons link to social bookmarking sites where readers can share and discover new web pages.
  • bodytext
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Mixx
  • Google
  • Furl
  • NuJIJ
  • Reddit
  • StumbleUpon
  • Technorati
  • TwitThis
Sphere: Related Content

Italiaanse crossmedia bij More Than Zero

Mtzheader Van 27 t/m 29 maart j.l. vond in Milaan het More Than Zero festival plaats. Van tevoren werd bekend dat het een overwegend Italiaanse aangelegenheid zou worden, maar toen had ik al een vlucht en hotel geboekt. Bijzondere stad, Milaan, en het was hoe dan ook een uitgelezen moment om met mijn geliefde een paar dagen weg te gaan.
Toch had ik ook een beeld als van de PicNic in mijn hoofd, dus dat er sowieso genoeg te zien en te doen en te beleven zou zijn. Bij het programma werd ook David Lynch genoemd en dat is niet de minste. Wat heeft dat met crossmedia te maken? Daar ging ik achter komen.

Aanvankelijk was er verwarring omdat er twee data als begindag van het festival genoemd waren op de website. Ik koos voor zeker en besloot de 26e al te arriveren. Een dag te vroeg, wist ik later.

De volgende dag arriveerden we in de loop van de ochtend bij het festival. Een bijeenkomst die we wilden bijwonen, bleek al bezig te zijn, in het Italiaans. Dat gaf ons de gelegenheid de laptop te pakken en nog wat zaken af te handelen. Ik vroeg of er misschien wifi was, … internet? Nee, helaas, dat was er niet. Of er dan misschien een internetcafé in de buurt was? Ook niet.
Tenslotte zijn we een wijk verder naar de oude universiteit gelopen. In een naastgelegen straat vonden we een copyshop waar we (tegen forse betaling) konden internetten.

Joi Ito: Sharing and Innovation
Eenmaal terug bij het festival wilden we de keynote speech van Joi Ito volgen. Omdat die in het Engels zou zijn. En natuurlijk omdat Joi Ito een hoogst interessant persoon is.

225pxjoichi_ito_headshot_2007 “Ito is de voorzitter van het bestuur van Creative Commons en de voorzitter van Six Apart Japan, een softwarebedrijf. Hij is bestuurslid van Technocrati, Digital Garage, WITNESS, Pia Corporation, Socialtext en iCommons. Hij is de oprichter en directeur van Neotany, een bedrijf dat werkt met durfkapitaal. In december 2004 werd Ito voor drie jaar benoemd in het bestuur van ICANN en in augustus 2005 werd hij bestuurslid van de Mozilla Foundation. Hij was van maart 2005 tot 1pril 2007 lid van het bestuur van het Open Source Initiative (OSI). Hij was mede-oprichter van het Ex’pression College for Digital Arts en het Zero One Art and Technology Network. Ito wordt erkend om zijn rol als internetondernemer, en heeft diverse bedrijven opgericht. Hij onderhoudt een blog, wiki en IRC-kanaal en draagt bij aan het metrobloggen in Tokio.” [bron: wikipedia]

Na een lange, wederom Italiaanse, inleiding van de organisatie begon Joi Ito eerst met een beschrijving van de wordingsgeschiedenis van internet. Die is ons inmiddels wel bekend. Hij refereerde er wel aan dat het festival gesteund wordt door de Kamer van Koophandel van Milaan en dat was meteen ook het kader van waaruit hij zijn betoog hield.
Wie zich in Nederland met internet en specifiek met crossmedia bezighoudt, is al dusdanig op de hoogte, dat het hoogstens nog kan gaan om accenten, invalshoeken of kruiselingse verbanden. Eigenlijk zijn die doorgaans het meest interessant, want daar zit de innovatie en creativiteit. Daarover ging de keynote speech echter niet. Het kennisniveau van de toehoorders was moeilijk in te schatten, maar waarschijnlijk kwam de speech van Joi Ito daaraan tegemoet. Ik geef hieronder een samenvatting waarin meteen ook mijn interpretatie vervat is.

1. Layers of open innovation
Bij de evolutie van internet as we know it onderscheidt Joi Ito hij vier lagen. De eerste laag noemt hij Ethernet, de connectie tussen enkele computers. De tweede laag is dan het (basic) netwerk dat mogelijk gemaakt wordt door TCP/IP, waarna de derde laag, ‘the Web’, gevormd wordt. In die laag zien we websites ontstaan en daarbij een sterke invloed van engineers en bedrijven die de kennis over en inhoud van websites beheren. De vierde laag wordt gevormd door wat we Web2.0 kunnen noemen, waarin blogs en creative commons belangrijk zijn.
In zijn betoog maakt Joi Ito een koppeling tussen deze lagen en verdienmodellen, die vervolgens weer in relatie staan met connecting & contribution. Vrij vertaald: de mogelijkheid om verbonden te zijn en de toegankelijkheid staan in directe relatie met het bijdragen aan de verschijning (vorm + techniek) en de content (inhoud). En dit is bepalend voor de verdienmodellen, die (dus) mee moeten evolueren.

2. golfbeweging tussen verbinden en ontbinden
Zijn betoog onderbouwt Joi Ito o.m. met evergreens als The (dawn of the) stupid network van David S. Isenberg en Small pieces loosley joined van David Weinberger. Daarmee maakt hij een voorzet naar zijn eindbetoog door alvast te zeggen dat een netwerk (zoals internet) op zichzelf zo simpel mogelijk moet zijn en de complexiteit daarbuiten eraan gekoppeld (maar dus geen intrinsiek onderdeel); “the brains should be on the outside, no one is inventing the whole world, we can’t anticipate all the problems, so we start and will see”. Hij voegde daaraan toe dat met de opkomst van bijvoorbeeld AOL en consorten terecht kwamen bij ‘Big pieces, disconnected’. Met de komst van Web2.0 is de content, opgedeeld in kleine, persoonlijke onderdelen, weer losjes onderling verbonden. Er is zodoende sprake van een golfbeweging tussen verbinden en ontbinden, tussen groot vs. klein, tussen (invloed van) commercie en consumers.

organisch, crossmediaal communiceren
De losse, simpele opzet van zo’n netwerk zou je naar mijn idee kunnen toepassen op een crossmedia format, met daarbij in gedachten een organische vorm van communicatie, waarin de boodschap niet eerst alle lagen van de organisatie doorgaat om uiteindelijk te stollen tot een consensus (conform de missie en visie van de organisatie) die vervolgens als vaststaand feit de wereld ingaat. Organisch communiceren gaat juist om losse verbanden, eenvoudige gegevens en soms niet meer dan intuïties van een organisatie die wel een essentie bevatten, maar pas vorm krijgen door ze de wereld in te sturen, deel te laten uitmaken van bestaande en gaande conversaties bij de doelgroep / het publiek / de burgers. Conversaties waarbij de organisatie probeert aan te sluiten, waarnaar de organisatie probeert te luisteren. En een crossmediale aanpak kan daarbij helpen om de conversaties op te sporen en om eraan deel te nemen (en dus niet alleen om via die kanalen de boodschap te verspreiden) en zo de boodschap te laten groeien binnen en beïnvloed door de samenspraak van de doelgroep en de organisatie.

3. professional vs. amateur
Joi Ito hanteert graag de term amateur in de zin van (ware) liefhebber. Hij betoogt dat door toegankelijke (open source) software de gebruiker met talent, passie en wil om zich te laten gelden van grote invloed is op de totstandkoming van content op internet. Hij is van mening dat we (als samenleving of gezien vanuit de commercie) de kracht van deze passie en liefhebberij lang onderschat hebben. Deze kracht brengt een nieuw productiemodel met zich mee, waar we nu al mee te maken hebben (denk aan alle weblogs, FlickR, YouTube, Hyves, LastFM c.s. maar ook bijvoorbeeld bol.com).

4. wikipedia als “summary”
Vervolgens zegt Joi Ito dat niemand nieuwe kennis verzint op internet. Bijvoorbeeld wikipedia, hoe belangwekkend ook, moeten we vooral als “summary” van bestaande kennis opvatten, waarbij alle geplaatste kennis een referentie heeft.

Zo lang het gaat om kennis, kan ik die mening (schoorvoetend) delen. Met name wetenschappelijke kennis is product van onderzoek. Maar hoe wordt dat onderzoek gedaan en wie zijn daarbij betrokken? Levert internet als verbindend element en facilitator geen bijdrage? Dat is echter meer een filosofische dan een media-specifieke kwestie, lijkt me.
Zelf ben ik van mening dat er wel degelijk nieuwe content of cultuur specifiek voor en dankzij internet gemaakt wordt, maar dat is iets anders dan kennis?

5. Fan subbing
Downloaden, voorzien van ondertitels en opnieuw uploaden, iets wat in Japan veel gebeurt, noemt Joi Ito als voorbeeld van Fan subbing. Op zich een illegale bezigheid, die in strijd is met copyright. Gebruikers doen dat omdat ze, met de beste bedoelingen, fan zijn van bijvoorbeeld een tv-serie. Het voorzien van ondertitels wordt evenwel met veel zorg en professionaliteit gedaan. het is ook niet dat deze fans geen respect zouden hebben voor de uitgevers (producenten) en uit pure piraterij handelen, integendeel. Doorgaans stellen ze de uitgevers van hun (geannoteerde) producten op de hoogte, of ze vragen zelfs om de originelen om zo een betere kopie te kunnen maken. Voordeel voor de uitgevers is dat daarmee de doelgroep vergroot wordt via free marketing. Stel je voor dat een populaire Japanse serie op deze wijze vertaald wordt voor een (potentiële) Israelische, een Egyptische, een Braziliaanse doelgroep, waarmee nieuwe fans bereikt worden, die vervolgens toch weer producten gaan afnemen. Het betekent in de praktijk geen verlies van sales.

6. Remix
In een open democratie kunnen we elkaar quoten en bekritiseren. Daardoor hebben we een gesprek (conversatie), “an important part of free speech”, aldus Joi Ito. Een aardige kijk op remixen geeft hij daarmee. Hij koppelt daaraan de noodzaak om een manier te vinden om dit legaal te doen, omdat het een voorwaarde is voor een open democratie, waarin vooralsnog copyright een belangrijk gegeven is. Gezien zijn betrokkenheid als voorzitter van het bestuur van Creative Commons zal die zienswijze niet verbazen.

7. Copyright
“Every use (of a book) is copy”, zegt Joi Ito. Dus elke gebruik vereist permissie. Law + technology = DRM (Digital Rights Management).
Er zijn meer mogelijkheden gekomen om (content) te delen, ook illegaal, maar er is ook meer controle mogelijk, juist via internet, door gebruikers te traceren, (her)gebruik op te sporen, etc. Nu komen er steeds meer bedrijven die graag een zelfde mate van controle in de ‘gewone’ wereld zouden willen hebben(bijvoorbeeld bij 2e hands boekwinkels). Vraag is of dat een wenselijke trend is. Deze vraag is voor Joi Ito natuurlijk een opstapje om het over Creative Commons te hebben.
Hij pleit voor een “open source for content” en een “user interface voor copyright”, zoals het model van Creative Commons, wat het juridisch zeer ingewikkelde copyright voor amateurs eenvoudiger en toepasbaarder moet maken. Belangrijk is daarbij de metadata die moet zorgen voor integratie. Hij geeft vervolgens het voorbeeld van EyeVio van Sony, een soort YouTube variant die voorlopig alleen nog in een Japanse versie bestaat. “Sony denkt dat bedrijven eerder bereid zijn content aan de site te leveren als blijkt dat gebruikers geen auteursrechtelijk beschermd materiaal op de site kunnen zetten. In tegenstelling tot Youtube heeft dat bij Sony een hoge prioriteit” [bron: Dutch Cowboys].

Copyright is een belangrijk issue bij crossmedia, omdat dit het delen, remixen en herschikken via andere kanalen van content makkelijker en ‘legaler’ maakt; ook Word of Mouth Marketing werkt het daardoor in de hand. User Generated Content wordt op die manier (ook voor bedrijven, organisaties en overheden) inzetbaar in crossmediale concepten.
Vraag die Joi Ito daarbij stelt is hoe we het delen (sharen) van amateurs kunnen gebruiken om merken te promoten en aandacht te genereren en of het helpt als die amateurs daarvoor betaald krijgen (weer met behulp van Creative Commons).
Lijkt mij meer een constatering dan een vraag. Toch is dat niet waarom FlickR of YouTube zo populair en omvangrijk zijn.

8. mobiele communicatie via open networks
We zijn gebaat bij open netwerken, stelt Joi Ito. Gesloten netwerken zijn inefficiënt, zowel in de mate van succesvol gebruikers erbij betrekken als in de kostenstructuur. Het is naar zijn mening belangrijk om te leren van nieuwe, ‘illegale’ open initiatieven en daardoor het internet te (blijven) verbeteren. Het is ook belangrijk om geld dat met netwerken verdiend wordt daarin te blijven investeren.

Daarom moeten we voortdurend weerstand bieden aan tendensen om netwerken gesloten en afgeschermd te maken. Het staat innovatie in de weg. Beter is het te focussen op nieuwe kansen (en verdienmodellen) dan met veel kosten de status quo proberen te handhaven. Probeer een kostenstructuur te bedenken, is zijn oproep aan bijvoorbeeld de KvK, voor een open netwerk, dat is opgezet en grootgemaakt door amateurs.

Tot slot houdt Joi Ito een pleidooi voor een open mobiel netwerk, met een (open source) structuur als van internet, waarin niet verschillende telecom bedrijven elkaar beconcurreren en afzonderlijke standaarden handhaven, maar waarop amateurs hun gang kunnen gaan. Dat zal de gewenste innovatie van mobiele media in een hogere versnelling brengen.

dit bericht is ook verschenen op crossmedialog

Share and Enjoy: These icons link to social bookmarking sites where readers can share and discover new web pages.
  • bodytext
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Mixx
  • Google
  • Furl
  • NuJIJ
  • Reddit
  • StumbleUpon
  • Technorati
  • TwitThis
Sphere: Related Content

nieuwe koers

Eind november 2007 nam ik een besluit en begin januari 2008 heb ik het doorgezet: ik zeg mijn baan op. Na anderhalf jaar als consultant en conceptontwikkelaar bij Tinker is de tijd rijp om zelfstandig verder te gaan. En eigenlijk ga ik hetzelfde doen als bij Tinker, dus het ontwikkelen van ideeën voor al dan niet commerciële organisaties, met advies, (media-) concepten en campagne strategie, e-cultuur, workshops, brainstorms, maar dan meer toegespitst op de nieuwe media. Mijn werkterreinen zijn erfgoed en duurzaamheid. Dat lijken twee totaal verschillende zaken. Toch valt het mee, aangezien ik zowel bij erfgoed als bij duurzaamheid te maken krijg met verandering en innovatie, met het bereiken en laten participeren van doelgroepen en met telkens een vraag naar en noodzaak tot creativiteit en inspiratie. Dat is dus de gemene deler.

Intussen ben ik al begonnen met mijn freelance werkzaamheden en staan er een paar mooie projecten op stapel. Wie meer wil weten over bijvoorbeeld nieuwe media en communicatie, nieuwe vormen van interne communicatie, of juist externe, campagne-matige PR, specifiek voor erfgoed en musea, of over Cradle to Cradle in combinatie met innovatie (bijvoorbeeld met behulp van SIT), of wie een vraag heeft over creativiteit binnen de organisatie, nodig ik van harte uit contact met mij op te nemen.

Share and Enjoy: These icons link to social bookmarking sites where readers can share and discover new web pages.
  • bodytext
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Mixx
  • Google
  • Furl
  • NuJIJ
  • Reddit
  • StumbleUpon
  • Technorati
  • TwitThis
Sphere: Related Content

me2.0

Vrijwel ieder vakgebied dat met media, communicatie en/of cultuur te maken heeft, kent al een vorm of term met 2.0 erachter. Ik wil persoonlijk iet achterblijven en doe daar dus vrolijk aan mee, bijvoorbeeld met het weblog erfgoed2.0, dat ik vorig jaar met studenten van de Reinwardt Academie en het MiM heb opgezet. En meteen is dat een voorbeeld van de wildgroei van 2.0: er is nog een weblog met die naam, er worden workshops gehouden onder die naam. Er is al geruime tijd een toenemende ergernis over alle web2.0 dingen.

Wat betekent dit voor mij, als persoon, consument, producent, als burger, individu, lezer, blogger…? Dat web2.0 (want dat is tenslotte de bron) op maatschappelijk gebied, op cultureel gebied en zeker ook op commercieel gebied een onomkeerbare invloed heeft, moge duidelijk zijn. We bemoeien ons met van alles, hebben toenemende invloed, infiltreren de wereld die meer en meer toegankelijk is en leren met behulp van onze voorkeuren (filters) ook te negeren. Wat betekent dit voor onze omgang met en kijk op onszelf? Is er met ME2.0 iets wezenlijk veranderd of is vooral de benaming gewijzigd?

Ik merk vooral aan mijn kinderen dat zij anders communiceren, met elkaar, met vreemden, met familie en over van alles en nog wat. Het gaat niet alleen sneller of gemakkelijker, of oppervlakkiger (is dat zo?), maar het gaat ook voorbij de limieten van afstand en taal die er tot voor kort altijd waren. Dan heb ik het over een periode van pakweg 15 jaar. Mijn kinderen (10 en 12 jaar oud) kunnen zich nauwelijks een wereld zonder internet of mobiele telefoons voorstellen. Het effect daarvan zullen we over pakweg 10 jaar volop gaan merken. En wie durft een voorspelling te doen?

Share and Enjoy: These icons link to social bookmarking sites where readers can share and discover new web pages.
  • bodytext
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Mixx
  • Google
  • Furl
  • NuJIJ
  • Reddit
  • StumbleUpon
  • Technorati
  • TwitThis
Sphere: Related Content

innovatieve communicatie?

Sinds we met elkaar praten, berichten doorvertellen aan elkaar en reageren, weten we van elkaar dat we mens zijn. Mooi zo. Daardoor hebben we ook van alles kunnen uitwisselen en bedenken, samen. Zoals bezit, producten, handel.
Het is weliswaar kort door de bocht, maar ik wil beweren dat dit de grondslag is van het gegeven dat goede communicatie voorwaarde is voor innovatie. En dat geldt ook voor marketing communicatie. “Ja,” kun je denken, “dûh. En dus?” Vraag blijft of we elkaar begrijpen als het om (communicatie over) creativiteit en innovatie gaat. Welke systemen liggen daaraan ten grondslag? Liggen er systemen aan ten grondslag of is dat alweer onze poging om elkaar te begrijpen?

periodieksysteem.jpg

Creative Challenge Call (CCC)
De Creative Challenge Call is een voorbeeld van de talrijke initiatieven die door de overheid worden ondernomen om een koppeling te maken tussen de creatieve sector en het bedrijfsleven. Waarom eigenlijk? Omdat Richard Florida in ‘The Rise of the Creative Class‘ (daarna ‘The flight of the Creative Class’ en binnenkort ‘Who’s Your City‘) betoogt dat menselijke creativiteit de aanjager van de huidige, 21ste-eeuwse economie is.
En waar vind je die creativiteit? Bij een economische klasse van designers, muzikanten, onderzoekers, ondernemers en consultants. Vreemd genoeg wordt dat in veel gesubsidieerde projecten vaak vernauwd tot “kunstenaars”, waarbij consultants dan vooral een faciliterende rol spelen.

lifting-wing.png Er zijn wat misverstanden over creativiteit die hierbij meespelen. Creativiteit en kunstzinnigheid zijn bijvoorbeeld niet hetzelfde. Netzomin als een briljant spreker, die het gehoor weet te boeien met kennis en inspiratie, per se creatief is. In zijn boek over Creativiteit is Mihály Csíkszentmihályi daar tamelijk resoluut over. Bij zijn uitgebreide onderzoek naar creativiteit waren er overigens bijzonder weinig kunstenaars die aan zijn onderzoek wilden meewerken. Meestal omdat zij het onderzoek naar creativiteit als iets onwenselijks of zelfs onmogelijks beschouwden. Die creativiteit, in de zin van uniciteit, lijkt dan meer op identiteit, zelfonderzoek, psyche.

De creativiteit waar Csíkszentmihályi op doelt, heeft (nog afgezien van “Flow“) eerder te maken met het innovatief vermogen met iets nieuws en bruikbaars te komen, iets wat een wezenlijke verandering teweeg brengt in de wereld. Dus gebaseerd op kennis, oorspronkelijkheid en toepasbaarheid. En die creativiteit is niet alleen voorbehouden aan de zogenaamde creatieve klasse, maar bijvoorbeeld ook terug te vinden onder wetenschappers, uitvinders, technici.

Innovatie is nodig voor Nederland, voor de provincie, de regio, voor het geplande industrieterrein. Dat spreekt voor zich. Of in de woorden van de Creative Challenge Call: “De Creative Challenge Call is een regeling van de ministeries van EZ en OCW om nieuwe netwerken te vormen tussen creatieve ondernemers en de rest van het bedrijfsleven. De regeling wordt uitgevoerd door de EVD i.s.m. Stichting Nederland Kennisland. “

Het is zonder meer een prachtig initiatief met ook vele geslaagde projecten. Zelf heb ik aan een m.i. minder geslaagd project meegewerkt (WhiteSpace). Op zich was de gedachte prima om een netwerk op te zetten waarbij de creatieve doelgroep en mensen uit het bedrijfsleven samen ongebaande paden gaan verkennen, waarbij in een serie ontmoetingen de beleving voorop staat. Mooi uitgangspunt, aleen heb je zo nog geen netwerk. De poging om daar halverwege een online variant aan te knopen, heeft dan weinig kans van slagen. Goed, de bijeenkomsten waren zeer geslaagd en dat is alvast winst.
Niettemin geloof ik juist in de combinatie van online en offline als het om netwerken gaat. De twitterborrel is daar een voorbeeld van, maar ook wat bijvoorbeeld MercuriusRFID met de koppeling tussen netwerken en evenementen doet.

de Arnhemse methode
In het artikel De Arnhemse Methode op het weblog van de Creative Challenge Call lijkt de nadruk meer te liggen op City marketing dan op creativiteit: “Door een andere manier van kijken, te komen tot innovatieve oplossingen. Om Arnhem nog beter op de kaart te zetten.” Ik denk dat veel bestuurders ook eerder in die richting denken dan in de richting van innovatie op zichzelf. Eigenlijk begint innovatie al op de basisschool, wanneer kinderen met diversiteit en samenwerking leren omgaan. Op Frankwatching heeft Joost Steins Bisschop een artikel aan ‘mengteelt‘ gewijd, wat in dezelfde richting wijst.

kzk-header.png

focus?
Bij Focus focus focus op het weblog van CCC staat wel een zinnige opmerking over de noodzaak van focus als het gaat om het contact tussen de 2 werelden. “Het onderscheid tussen enerzijds creatieven/cultuur en bedrijfsleven/economie wordt door velen als misleidend ervaren. Zo strikt is die scheiding niet en constructief is anders.” Dus eigenlijk: bepaal samen waar je het over gaat hebben (en stem het vocabulair op elkaar af). Hier wordt communicatie als voorwaarde genomen voor de creativiteit. Tenminste, zo zie ik het.

Om dan vervolgens focus te koppelen aan serendipiteit gaat mij te ver. Serendipiteit is eigenlijk wat je in de berm ziet (klaprozen, een doodgereden band, een vergeten wegwerkersbord, een wieldop), zodra je heel even je focus op de weg verliest. Maar dan op wetenschappelijk en eventueel kunstzinnig gebied. Zoals peniciline, polyetheen, post-it en LSD “ontdekt” zijn. Dus focus is wel de beginsituatie, maar serendipiteit treedt juist op als bijproduct, wanneer de focus even verlaten wordt.

Serendipiteit kun je moeilijk forceren, of als methode hanteren. Zo kun je het gewenste resultaat van een koppeling tussen de creatieven en de economen ook niet garanderen in een bijeenkomst. Ik merk zelf dat bij de opdrachtgevers voor wie ik werk gaandeweg meer ruimte komt voor creativiteit, in de zin van gedurfder plannen, nieuwe combinaties in plannen (crossmediaal!) en vooral anders omgaan met de communicatie. Daarbij zijn vertrouwen en uitdaging (motivatie) de sleutelwoorden.
En daarmee zijn we terug bij het begin: de vernieuwing zit ‘m vooral in de communicatie, elkaar verstaan en in een gesprek de uitwisseling op gang brengen, elkaar verder helpen. Dus minder focus op (kunstzinnige) creativiteit, en meer op overdracht, uitwisseling, samenwerking. Nogal web2.0 dus…

Share and Enjoy: These icons link to social bookmarking sites where readers can share and discover new web pages.
  • bodytext
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Mixx
  • Google
  • Furl
  • NuJIJ
  • Reddit
  • StumbleUpon
  • Technorati
  • TwitThis
Sphere: Related Content

op naar het nieuwe jaar

Aan nieuwe leads en met welke intenties projecten “over de kerst heen getild” worden, kan ik merken wat -op mijn vakgebied- zo ongeveer de tendens zal zijn voor het nieuwe jaar. Meer dan een buikgevoel is dat niet. Een buikgevoel, zoals Rob van Vuure dat omschrijft, is bij mij een combinatie van intuïtie, opgevangen (en geïnterpreteerde) signalen, ervaring en logica. Echte voorspellingen kunnen we beter aan trendwatchers overlaten.
Ik wil bij deze iedereen een oneindig goed en voorspoedig 2008 toewensen. In januari zullen hier weer nieuwe berichten verschijnen over commedia: communicatie, marketing, cultuur, innovatie, nieuwe media. En het buikgevoel zegt, dat het daarvoor een goed jaar wordt!

Share and Enjoy: These icons link to social bookmarking sites where readers can share and discover new web pages.
  • bodytext
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Mixx
  • Google
  • Furl
  • NuJIJ
  • Reddit
  • StumbleUpon
  • Technorati
  • TwitThis
Sphere: Related Content

marcom top 100

Ik kreeg een bericht van Marketingfacts. Dat is niet zo vreemd, die krijg ik, op mijn verzoek, wel vaker en daar ben ik blij mee. Laat dat gezegd zijn. Het bericht ging als volgt:

“Zoals aangegeven bij de meest recente update van de Marcom Top 100, hebben we besloten om opnieuw te beginnen met het stemmen voor de weblogs. Dit om te voorkomen dat de slapende stemmers (tot deze maand telden we 519 stemmers) de topposities onbereikbaar maken voor nieuwkomers.

Dus voor alle leden van Marketingfacts, laat ons via het stemformulier weten wat je 5 favoriete weblogs zijn. Ben benieuwd of Frankwatching (247 stemmen), Dutchcowboys (193 stemmen) en Molblog (180 stemmen) opnieuw zoveel stemmers weten te activeren of dat de nieuwe weblogs weten door te dringen tot de top van de lijst!

http://www.marketingfacts.nl/marcom100/stem/
Tot mijn verrassing staat mijn weblog ook in de lijst van genomineerde marcom weblogs van marketingfacts. Misschien heb ik dat zelf ooit gedaan? Hoe dan ook ben ik competitief genoeg om mee te willen dingen naar een plaatsje in die begeerlijke top 100.

Dus volg de link (word een member van Marketingfacts) en stem svp op .commedia (de bovenste op de lijst).

dank je wel.

Share and Enjoy: These icons link to social bookmarking sites where readers can share and discover new web pages.
  • bodytext
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Mixx
  • Google
  • Furl
  • NuJIJ
  • Reddit
  • StumbleUpon
  • Technorati
  • TwitThis
Sphere: Related Content

bardienst bij de hockeyclub

Om de zoveel tijd heb ik als vader van hockeyende kinderen (sterspelertjes, dat spreekt voor zich) bardienst bij de club. Het is erg vermakelijk en aandoenlijk ook om moegespeelde kinderen aan de bar te krijgen, met in hun knuist wat muntjes voor een zakje snoep, of een flesje frisdrank. Of andere ouders, die graag een lekker warme kop koffie willen en doe ook nog maar een tosti.
Gelukkig is hockey niet alleen meer voor de elite, je ziet er allerhande mensen en types rondlopen, van gymleraar tot groothandelaar in gadgets tot gedeputeerde. Het is ook een leuke sport om te kijken of je de kinderen die aan de bar staan kunt herleiden tot de ouders. In de bar van de hockeyclub is de wereld vereenvoudigd tot enkele merken (snoep en drank, sportartikelen, polo’s en jassen) en conversaties. Wel zo overzichtelijk.

En dan komt er soms een jongetje aan de bar die met dezelfde arrogante blik als zijn vader denkt dat hij vooral niet een beurt moet afwachten of iets vragen, maar voordringen, intimideren en bevelen. “Hé, maak voor mij een tosti!” En dan, wetende wat de prijs is, glashard te weinig geld op de bar neerleggen. En als de vader erachter staat, kun je twee reacties van de vader verwachten, afhankelijk van hoe het barpersoneel reageert: met enig gevoel van trots over het doortastende optreden van die jongen van hem hooghartig over de hoofden heen blikken, of een klein standje geven in de trant van “we weten toch wel hoe het er hier aan toegaat.” Ook dat is allemaal heel vermakelijk. Het doet me denken aan de keer dat ik, in de Warmoesstraat vlakbij het Beursplein in Amsterdam, bij de zaal van het studentencorps was. van tevoren werd ik gewaarschuwd om niet bescheiden of verlegen te zijn (dan gedraag je je als eerstejaars en ben je de pispaal), bij de bar vooral voor te dringen, arrogant te doen en zeker geen fooi te geven. En inderdaad, zo viel ik niet op. Ik doorstond glansrijk de competitie, ook waar het om veel bier drinken en pissen ging. Bij de toiletten vielen mij vooral de kotsbakken op, speciaal voor deze ruimte ontworpen. Kijk aan, dacht ik, de kweekschool voor de fine fleur van onze samenleving. Zie eens hoe wij internationaal aanzien gaan verwerven.

We zien daarin zaken die tanend zijn. Inmiddels zijn de meeste mensen en merken wel vertrouwd met de termen people planet profit. Maar dat dit ook een verandering van eigen gedrag vereist, lijkt een boodscha p die niet overal even duidelijk is overgekomen. Er zijn er nog eveel die denken dat andere people gaan zorgen dat de complete planet voor profit gaat zorgen en daarna zien we wel weer.
Bijvoorbeeld verdringing, de “ik win” aanpak en hard toeslaande concurrentie, dat zijn stoere cowboyverhalen van mannen met ballen. Uitsluitend concurreren kost teveel energie en stuit op weerstanden. Het sluit ook af, waar juist openheid, innovatie en kennisdeling voordeel gaan opleveren.
Aardig zijn en voor laten gaan zijn de meer duurzame manieren van doen. Je investeert, maar krijgt er loyaliteit voor terug. De gebiedende wijs past bij een push-strategie. Wie vraagt en een antwoord afwacht, schenkt een kostbaar goed: aandacht. Dat krijg je terug.

De markt is als het barpersoneel: die beslist wie het eerst aan de beurt is, wie voordeel behaalt, wie met een glimlach weggaat. En dat zijn zelden de voordringers.

Share and Enjoy: These icons link to social bookmarking sites where readers can share and discover new web pages.
  • bodytext
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Mixx
  • Google
  • Furl
  • NuJIJ
  • Reddit
  • StumbleUpon
  • Technorati
  • TwitThis
Sphere: Related Content

schermen en nog eens schermen

Als ik tegen crossmedia specialisten begin over schermen, zie ik ze soms in een snelle crossover-sprong van de geest denken aan touchscreens (publieksruimten en musea), narrowcasting, mobile, flatscreens (digitale televisie), navigatiesystemen (tomtom vs. garmin), Jeff Han en natuurlijk de “gewone” computerschermen die Web2.0 tonen. Ik bedoel dat niet.

Ik bedoel de edele sport met de wapens floret, degen en sabel. sport die middels d’Artagnan (drie musketiers) en Zorro zo tot de verbeelding van de jeugd spreekt. De sport die mijn zoon (12) met hart en ziel beoefent.
Morgenavond , dinsdag 13 november, vindt een Algemene Leden Vergadering plaats van schermvereniging Vívás uit Baarn. Het ad interim bestuur treedt af en een nieuw bestuur heeft zich kandidaat gesteld. Als kersverse voorzitter wil ik samen met de andere bestuursleden en enkele enthousiaste ouders mijn best doen voor een even hoog niveau van schermen als altijd (er lopen jonge kampioenen rond…), meer leden, meer gezelligheid en betere communicatie. Er is tot nu toe nauwelijks aan ledenwerving gedaan, niet structureel althans. Weinig informatie over op handen zijnde toernooien of wedstrijden bereikt alle leden. Dat werkt sleetsheid in de hand, intussen heeft een aantal volwassen leden van lieverlee opgezegd.

Zelf heb ik een blauwe maandag geschermd. Het is uitdagend, erg intensief en ronduit prachtig om te doen. Maar ik kwam in tijdnood. En nu kan ik me er alsnog volop mee bezighouden. Dan ga ik ook maar weer eens schermen.

Dus woon je in het Gooi, of Amersfoort, Bilthoven etc. en je wilt een keer schermen, of vaker misschien, kijk dan op de website van schermvereniging Vívás uit Baarn. Neem contact op of kom gewoon eens langs op dinsdagavond tussen 20 en 22 uur in sporthal de Trits in Baarn. Je bent van harte welkom.

En ja, zelf denk ik ook vaak aan al die schermen en wat daar de komende jaren op te zien zal zijn. Wat zal ons verleiden?

Share and Enjoy: These icons link to social bookmarking sites where readers can share and discover new web pages.
  • bodytext
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Mixx
  • Google
  • Furl
  • NuJIJ
  • Reddit
  • StumbleUpon
  • Technorati
  • TwitThis
Sphere: Related Content

RSS for Posts